Adam M. Mastroianni van de Harvard University onderzocht of mensen vroeger eerlijker, vriendelijker en beleefder waren.
‘Kinderen van tegenwoordig. Waar zijn alle goeden gebleven? Vroeger deden we de deuren nooit op slot!’ Jarenlang was Adam M. Mastroianni verbolgen over uitspraken over afnemend menselijk fatsoen. “Ik raak geïrriteerd als mensen grote beweringen doen over de geschiedenis zonder er echt kennis van te hebben,” zei Mastroianni, die in 2021 zijn Ph.D. in psychologie behaalde aan Harvard. “Ik vroeg me af of degenen die beweren dat de mensheid zich vandaag de dag minder fatsoenlijk gedraagt dan in het verleden gelijk hadden en besloot dit te onderzoeken.”
In een artikel dat deze maand in Nature is gepubliceerd, kanaliseert Mastroianni die frustratie in een afwijzing. De psycholoog levert niet alleen het bewijs dat vriendelijkheid, eerlijkheid en beleefdheid stabiel zijn of misschien zelfs zijn toegenomen in de afgelopen decennia, hij combineert ook twee concepten om te verklaren waarom de illusie van moreel verval blijft bestaan.
Eerst moest Mastroianni de heersende nostalgie van de “goede oude tijd” bewijzen.
Hij werkte samen met Daniel T. Gilbert, Harvard’s Edgar Pierce Professor in Psychologie, om databases te doorspitten op zoek naar onderzoeken die mensen wereldwijd vroegen naar hun moraliteit in het verleden en het heden. Er werden honderden onderzoeken gevonden, die teruggingen tot 1949. In 1987 vroeg Gallup bijvoorbeeld:”Zijn mensen tegenwoordig eerlijker, minder eerlijk of ongeveer hetzelfde, vergeleken met 10 jaar geleden?” “Mensen gaven aan dat het alleen maar erger en erger wordt – dat het morele verval hun hele leven al aan de gang is en dat het vandaag de dag nog steeds aan de gang is,” vat Mastroianni samen. “Bovendien zien oudere en jongere mensen zien dezelfde mate van achteruitgang.”
In de tweede fase van het onderzoek vroegen de onderzoekers zich af of deze mensen ook werkelijk een punt hebben: is pro-sociaal gedrag echt aan het kelderen? Een voor de hand liggend antwoord komt van Steven Pinker, hoogleraar psychologie wiens werk heeft aangetoond dat oorlog, genocide, kindermisbruik en andere vormen van geweld de afgelopen 2000 jaar gestaag zijn afgenomen.
“De mensen in de enquêtes doelen echter vooral op zaken als respect en vriendelijkheid,” merkte Mastroianni op. Opnieuw wendden de onderzoekers zich tot enquêtes. Eén enquête peilde naar de huidige mate van vrijwilligerswerk; een andere vroeg of de respondent de afgelopen maand een vreemde had geholpen. “We ontdekten dat er in de loop van de tijd geen aantoonbare verandering in gedrag was,” zei Mastroianni.
Nadat ze hadden ontdekt dat moreel verval een illusie is, sloten de onderzoekers hun paper af met een verklaring gebaseerd op twee psychologische tendensen.
De eerste, bekend als ‘bevooroordeelde blootstelling’, heeft te maken met hoe negatieve informatie de aandacht van mensen trekt en eerder wordt doorgegeven aan anderen. “Elke dag kijk je naar de wereld en wat je voornamelijk oppikt, is de slechte zaken die mensen mekaar aandoen,” zei Mastroianni.
Het andere fenomeen, het bevooroordeelde geheugen, heeft te maken met de manier waarop herinneringen na verloop van tijd vervagen. “Stel dat je bent afgewezen voor het schoolbal,” zei Mastroianni. “Dat was op dat moment waarschijnlijk een vreselijke ervaring, maar als je terugkijkt is het misschien grappig. Als je een geweldig schoolbal had, is die herinnering waarschijnlijk nog steeds goed. Zowel slecht als goed vervagen, maar slecht vervaagt sneller.”
Als beide fenomenen tegelijk optreden, krijg je de indruk dat de dingen ten kwade aan het veranderen zijn. “
We noemen dit mechanisme BEAM (Biased Exposure and Memory) en het past bij enkele van onze meer verrassende resultaten. BEAM voorspelt dat zowel oudere als jongere mensen morele achteruitgang zouden moeten waarnemen, en dat doen ze ook. Het voorspelt ook dat mensen meer achteruitgang zouden moeten waarnemen over langere intervallen, hetgeen eveneens klopt.”
Mastroianni geeft ook aan dat het resultaat hiervan nefaster is dan onvermijdelijke menselijke ergernis. Het onderzoeksproject onderstreept het politieke gevaar van het romantiseren van het verleden. Aspirant despoten kunnen profiteren van een ongezond nostalgisch verlangen naar vroeger en de burgerij lijkt bereid daar kostbare middelen aan te verspillen.
Het nieuwe artikel haalt een peiling van Pew Research Center aan waarin 76 procent van de Amerikanen het erover eens was dat “het aanpakken van de morele ineenstorting van het land” een hoge prioriteit zou moeten zijn voor overheidsbeleid en -uitgaven. “Er zijn veel echte problemen waar de samenleving vandaag de dag mee te maken heeft,” concludeerde Mastroianni. “Gelukkig is morele ineenstorting een nepprobleem en hoeven we er geen middelen aan te besteden.”


