In de hoogste academische rangen is er nog geen sprake van een genderevenwicht op UAntwerpen, maar de kloof wordt gestaag kleiner. In 2014 was 14,9% van de gewoon hoogleraren – de hoogste graad onder professoren – een vrouw, in 2024 was dat 22,4%.
Vandaagi is het International Day of Women and Girls in Science. Die dag gaat niet onopgemerkt voorbij aan de Universiteit Antwerpen in het algemeen, en aan de Faculteit Wetenschappen en de Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen in het bijzonder.
“Elk jaar promoten de Verenigde Naties volledige en gelijke toegang tot en deelname aan STEM”, vertelt Wannes Verstrepen, diversiteitsanker van de Faculteit Wetenschappen. “Een innovatieve en bloeiende wetenschappelijke gemeenschap heeft de talenten van mensen met diverse achtergronden nodig. Er zijn echter nog steeds grote verschillen in vertegenwoordiging en mogelijkheden.”
Inspireren en begeleiden
De twee faculteiten zetten verhalen van hun vrouwelijke wetenschappers en ingenieurs in de schijnwerpers, om andere vrouwen en meisjes zo te inspireren. “Wetenschap wordt sterker door diversiteit”, vertelt bio-ingenieur Irina Spacova. Zij doet onderzoek en geeft les in de master bio-ingenieurswetenschappen Sustainable Urban Bioscience Engineering.
“Ik had het geluk dat ik les kreeg van vrouwelijke professoren die me inspireerden en begeleidden. In ons departement is er veel aandacht voor inclusiviteit. Je ziet dat mannen vandaag ook een actieve rol opnemen in het ouderschap. Maar er blijven structurele uitdagingen op hogere niveaus, zoals bijvoorbeeld de ongelijke verdeling van geboorteverlof tussen mannen en vrouwen.”
Kloof wordt kleiner
De vrouwelijke studenten zijn al heel wat jaren in de meerderheid op UAntwerpen. Het overwicht van de meisjes blijft groeien: in het academiejaar 2023-24 tekenden ze voor 58,2% van het totaal aantal studenten. Dat vrouwelijke overwicht is er ook bij de doctoraatsstudenten: 52,8% van de startende PhD’s was vorig academiejaar een vrouw.
Een blik op de verhoudingen bij het academisch personeel – de professoren – toont een ander beeld. Voor professoren zijn er vier graden: van docent kan je doorgroeien naar hoofddocent, vervolgens naar hoogleraar en tenslotte naar gewoon hoogleraar. Bij de docenten hebben de mannen een kleine meerderheid, maar de kloof is groter bij de andere graden: bij de gewoon hoogleraren is bijna 8 op de 10 een man.
“De weg is nog lang, als je kijkt naar het aantal vrouwen in de hoogste academische rangen”, zegt Quentin Callens, stafmedewerker Gelijke Kansen en Diversiteit. “Al wordt de kloof jaar na jaar kleiner: het aandeel vrouwelijke hoogleraren en gewoon hoogleraren neemt gestaag toe. In 2024 wierf UAntwerpen voor de tweede keer in haar geschiedenis – de primeur was voor 2021 – meer vrouwelijke dan mannelijke professoren aan.”


