Het is een regenachtige dag in Dharamkot. De kleuren van de huizen – geel, blauw en lila – vervagen in de nevelige wolken die langzaam door het dorp glijden. Bovenaan het plaatsje, in een klein gebouwtje, werkt Sanath in zijn café. De oranje ruimte doet ook dienst als keuken. Langs twee wanden staan banken waarop gasten zitten te eten, terwijl inspirerende quotes vanaf de muren op hen neerkijken. In een hoekje staan wat boeken en zelfgemaakte figuurtjes van eikels en takjes. Boven de wastafel hangt een papier met ‘Want to help me? Clean your plate’. En zo wordt de boel van dit eenmanszaakje draaiende gehouden door iedereen die komt en gaat.
Een grote koelkast bewaart het gefermenteerde beslag dat de basis vormt van Sanath’s specialiteit: dosa’s. Deze Zuid-Indiase, dunne, hartige pannenkoeken maakt hij van rijst en zwarte linzen. Op het menu staan verschillende soorten dosa’s en thee. Ik kies voor een masala dosa – knapperig aan de buitenkant, gevuld met zacht gekruide aardappel – en een badham chai: een warme, romige Indiase thee met kruiden, melk, suiker en fijngemalen amandel.
Er komen meer mensen binnen. Ieder bestelt een dosa. Sanath zegt: ‘Alexa, play a song’ en weldra komt er Indiase muziek uit de speaker. Luidkeels zingt Sanath met de muziek mee terwijl hij de pannenkoeken bakt en uitserveert. Het is aanstekelijk en binnen de kortste keren zit ik mee te deinen. Naast het cafeetje wordt zangles gegeven – de Indiase versie van do-re-mi. Ik woon er praktisch onder en dus krijg ik gratis zangles, al kan ik het nog niet merken aan mijn resultaten. Ook Sanath heeft geen zangles gehad hoor ik, maar hij zingt er niet minder om. Gezellig wel. En zijn bedrijfje lijkt te floreren op zijn positieve energie, want hij heeft het druk.
Na dit heerlijke dosa-festijn keer ik terug naar mijn kamer om deze column te schrijven. Mijn Zwitserse vriendin Beatrice heeft me een chocoladereep gegeven als afscheidscadeautje. Donkere chocolade met Himalaya zout. Deze chocolade – van The Himalaya Chocolate – wordt hier overal verkocht. Op de achterzijde staat: ‘Deze chocolade komt van verschillende regio’s in de Himalayas en verzorgt in het levensonderhoud van lokale vrouwen. Geluk is alleen echt wanneer het wordt gedeeld.’ Mijn hart klopt altijd wat meer als ik dit soort dingen lees. En de chocolade smaakt extra goed.
In Dharamkot is veel dynamiek van reizigers. Er ontstaan veel korte, betekenisvolle en diepe vriendschappen. Mensen staan open en verbinden zich snel met elkaar. Het geeft een familiegevoel. De lokale bewoners van Dharamkot vinden er ook hun weg in, nodigen de reizigers uit in hun huizen, verdienen wat geld en maken praatjes. Zo woon ik nu bij een familie met drie geiten. Beatrice heb ik maar enkele keren ontmoet. Ze kwam naar de cacao ceremonie die Karan en ik organiseerden in de dome. Daarna dronken we af en toe een kopje thee. Haar gemakkelijke lach brengt hoop in een wereld waar oorlog en pijn ook zo waar zijn. Er zijn veel Israëlische reizigers hier. Ik heb er enkelen ontmoet. Erez bijvoorbeeld, een prachtige vader van twee jonge dochters. Hij reist met zijn gezin door India voor een half jaar. “Dus je dochters gaan momenteel niet naar school?” vroeg ik nieuwsgierig. “Nee”, zei Erez open. “Dit leven hier is een school voor ze. Ze zijn zo open dat ze van alles ontdekken en veel nieuwe mensen ontmoeten. Ze leren hier zo ontzettend veel meer!”
En dan is er het Girijah Project, een band bestaande uit vier Israëlische vrienden. Tijdens hun optreden brachten ze aandacht voor hun broeders in Iran en Pakistan. Ze zongen een zelfgeschreven lied voor hoop. Een andere jonge Israëlische, Tal, kwam bij mijn schildersessie. Ze legde me uit: “Van jongs af aan worden we gebrainwashed in onze maatschappij. Er is een sterk wij-gevoel. Een idee dat we onszelf moeten beschermen omdat we anders van alle kanten zullen worden aangevallen. Er is veel pijn vanwege ons verleden als Joden. We maken ons met die verhalen het slachtoffer, en vanuit dat slachtofferschap gunnen we het onszelf om te oordelen en aan te vallen. Ik ben altijd opgenomen in dit gevoel van saamhorigheid onder de Israëliërs en dat voelt ergens veilig. Maar ik wil er los van komen en de wereld benaderen met een open hart.” Deze verhalen brengen hoop. Jonge generaties kiezen ervoor om voorzichtig geschiedenis los te laten en een nieuwe toekomst in te stappen. Met vertrouwen en verbinding. Want – “geluk is alleen echt wanneer het wordt gedeeld”.



