Sri Lanka was in de jaren 1990 een van de landen met de hoogste suïcidecijfers ter wereld. In verhouding tot de bevolking lag het aantal zelfdodingen drie keer hoger dan het wereldgemiddelde en vier keer hoger dan in landen als het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten. Vooral zelfvergiftiging met pesticiden was een veelvoorkomende methode.
Maar sindsdien is er veel veranderd. Vandaag liggen de suïcidecijfers in Sri Lanka bijna twee derde lager dan toen. Die indrukwekkende daling begon met een doelgerichte aanpak van het probleem: het verbieden van de gevaarlijkste pesticiden.
De Sri Lankaanse overheid nam al in 1984 maatregelen door twee uiterst giftige pesticiden uit de handel te halen. In 1995 volgde een tweede, krachtigere stap: vijf extra pesticiden werden verboden. De groei van het aantal suïcides vertraagde aanvankelijk, en niet veel later zette de trend zich om in een blijvende daling.
Sri Lanka toont met deze aanpak aan dat suïcidecijfers niet vastliggen. Overheden kunnen met doordacht beleid en preventieve maatregelen het verschil maken. Het succes van dit beleid heeft intussen ook andere landen geïnspireerd om gelijkaardige stappen te zetten.
Dit artikel is in lijn met SDG 3 (Goede gezondheid en welzijn). De forse daling van het aantal zelfdodingen in Sri Lanka toont aan dat preventie werkt, en dat concrete beleidsmaatregelen levens kunnen redden.


