Eeuwenlang leefden mensen met de vrees dat honger nooit zou verdwijnen. Meer mensen betekende meer monden om te voeden, en voedselproductie kon die groei niet bijbenen. Maar vandaag weten we: die pessimistische voorspelling heeft ongelijk gekregen.
De zogenaamde Malthusiaanse val – genoemd naar de Britse dominee en econoom Thomas Malthus – ging ervan uit dat bevolkingsgroei altijd sneller zou gaan dan voedselproductie. Daardoor zou honger nooit écht verdwijnen. Lange tijd leek dat te kloppen: in het Engeland van de middeleeuwen leverde een hectare akkerland amper 600 kilogram graan op per jaar. Dat betekende schaarste en ondervoeding voor velen.
Maar toen kwam de Tweede Landbouwrevolutie. Vanaf de 17e eeuw, en in een versneld tempo vanaf de 20e eeuw, vonden boeren manieren om hun oogst fors te verhogen. Dankzij betere technieken, gewasveredeling, meststoffen en mechanisatie werd de opbrengst per hectare almaar groter.
Vandaag produceren Engelse boeren tien keer meer graan op dezelfde oppervlakte dan vroeger. Die stijging maakt het mogelijk om meer mensen te voeden, zonder extra land te gebruiken.
En Engeland staat niet alleen. Wereldwijd zijn de gemiddelde graanopbrengsten in de voorbije zestig jaar verdrievoudigd. Landbouwproductiviteit stijgt nog altijd, en dat geeft hoop. Want als deze trend zich voortzet, kunnen we niet alleen wereldwijde honger terugdringen, maar ook landbouwgrond sparen en ruimte laten voor natuurherstel.
SDG
De stijgende landbouwproductiviteit in Engeland – en wereldwijd – is een schoolvoorbeeld van vooruitgang binnen SDG 2: Geen honger. Deze duurzame ontwikkelingsdoelstelling streeft naar een wereld zonder ondervoeding of voedselonzekerheid. Door meer voedsel te produceren op dezelfde oppervlakte, worden meer mensen gevoed zonder dat dit ten koste gaat van natuur of biodiversiteit. De doorbraak uit de Malthusiaanse val toont dat technologische vooruitgang en slim landgebruik essentieel zijn in de strijd tegen honger, nu en in de toekomst.


