Teelbalweefsel dat verwijderd wordt in het kader van een geslachtsoperatie, blijkt bruikbaar voor jongens die voor hun puberteit een kankerbehandeling krijgen en daardoor onvruchtbaar kunnen worden. Dat ontdekte een doctoraatsstudente aan de VUB.
“Wat vroeger als medisch afval werd weggegooid, blijkt een waardevolle bron voor de wetenschap”, zegt Emily Delgouffe die eerder dit jaar haar doctoraat afrondde aan de Faculteit Geneeskunde en Farmacie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB).
Haar ontdekking legt nu de basis voor het verder gebruik in een labmodel. “Door de hormonale therapie die transvrouwen vooraf krijgen, lijkt hun teelbalweefsel sterk op dat van jongens vóór de puberteit.” Eens dat weefsel wordt weggehaald tijdens de genderbevestigende operatie, kan er onderzoek op gedaan worden naar welke schade bepaalde medicijnen veroorzaken, zonder zeldzaam weefsel van kinderen te gebruiken of proefdieren in te zetten.
“Zo kunnen we beter inschatten bij welke jongens het zinvol is om teelbalweefsel weg te nemen en in te vriezen voor toekomstig herstel van de vruchtbaarheid. Dat helpt om onnodige operaties te vermijden”, legt Delgouffe uit.
Mini-teelballen
In het labo wordt het teelbalweefsel verwerkt tot losse cellen die daarna vanzelf uitgroeien tot kleine driedimensionale structuren: zogenaamde organoïden. Deze ‘miniteelballen’ kunnen meer dan honderd dagen in leven blijven en bootsen belangrijke functies van echte teelballen na.
Aan de hand van de organoïden denken onderzoekers beter te kunnen voorspellen welke chemo- of radiotherapie schadelijk is voor de vruchtbaarheid van jongens alsook de gevolgen van nieuwe kankerbehandelingen – zoals immuuntherapie – op mannelijke vruchtbaarheid te testen.
Daarnaast wordt het ook makkelijker om te onderzoeken of bepaalde chemische stoffen zoals pesticiden hormoonverstorend kunnen zijn in de teelbal.
“Vruchtbaarheid is een belangrijk onderdeel van levenskwaliteit. Zeker voor kinderen die zo’n zware behandeling moeten ondergaan, willen we alles doen om hun kansen op een toekomst met eigen kinderen te bewaren”, zegt hoogleraar Ellen Goossens, hoofd van de VUB-onderzoeksunit Biology of the Testis (BITE).
Samenwerking met UZ Gent
Het weefsel dat zal worden gerecupereerd zal afkomstig zijn van patiënten die in behandeling zijn in het Centrum voor seksuologie en gender van het UZ Gent. Met toestemming kunnen ze weefsel afstaan.
“We zijn blij dat ons ziekenhuis op deze manier een bijdrage kan leveren aan vernieuwend en betekenisvol onderzoek”, reageert Kelly Tilleman, laboverantwoordelijke van het lab voor Reproductieve Geneeskunde. “Dat iets wat vroeger als medisch afval werd gezien, nu levens kan veranderen, is bijzonder hoopvol.”
SDG
Deze medische doorbraak draagt rechtstreeks bij aan SDG 3, dat streeft naar gezondheid en welzijn voor iedereen, ongeacht leeftijd of achtergrond. Door beter inzicht te krijgen in de effecten van kankerbehandelingen op de vruchtbaarheid, kunnen artsen proactief ingrijpen en de levenskwaliteit van jonge patiënten aanzienlijk verbeteren. Het gebruik van organoïden biedt een ethisch en vernieuwend alternatief voor onderzoek, zonder schade aan kinderen of dieren. Daarnaast opent deze aanpak perspectieven op toekomstig herstel van vruchtbaarheid, wat essentieel is voor het psychologisch welzijn van kinderen en adolescenten die zware behandelingen ondergaan.


