De maatschappelijke aanvaarding van homoseksualiteit is de voorbije decennia sterk toegenomen in tal van landen. Waar in de jaren 80 nog grote groepen mensen het “onaanvaardbaar” vonden, is dat vandaag een zeldzaam standpunt geworden.
Uit gegevens van de langlopende World Values Survey blijkt dat attitudes tegenover homoseksualiteit sinds 1984 drastisch veranderd zijn. Toen vond nog één op drie Nederlanders dat homoseksualiteit “nooit of zelden gerechtvaardigd” was. In landen zoals Spanje en het Verenigd Koninkrijk was dat zelfs een meerderheid. In de Verenigde Staten dacht maar liefst driekwart van de bevolking er zo over.
Vandaag zijn die cijfers volledig omgekeerd. In alle genoemde landen behoort die negatieve opvatting tot een steeds kleinere minderheid. Dat wijst op een diepgaande maatschappelijke verschuiving, waarbij steeds meer mensen erkennen dat seksuele voorkeur geen moreel oordeel vereist. Het idee dat je de aantrekkingskracht tot iemand van hetzelfde geslacht zou moeten “rechtvaardigen”, klinkt anno 2025 dan ook ronduit achterhaald.
Dat het oorspronkelijke enquêtewoordgebruik — “justified” — nu ouderwets overkomt, is op zich al een illustratie van hoe ver we zijn gekomen. Het toont niet alleen hoe attitudes evolueren, maar ook hoe taalgebruik mee verandert met onze waarden.
Waarom vinden we dit goed nieuws?
We vinden dit goed nieuws omdat het nauw aansluit bij de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. In het bijzonder draagt deze positieve evolutie bij aan SDG 10 (Ongelijkheid verminderen) en SDG 16 (Vrede, justitie en sterke instellingen). Een samenleving waarin iedereen zichzelf mag zijn en vrij is om lief te hebben wie men wil, is een samenleving die inclusiever, rechtvaardiger en menselijker wordt.


