Muurhagedissen in de stad gaan vaker om met soortgenoten, terwijl ze op het platteland liever ‘cavalier seul’ spelen. Dat schaarse plekjes met voedsel en zonlicht gedeeld moeten worden, maakt hen toleranter.
Straten, muren en beton. Het lijkt een harde en kille omgeving, maar hagedissen lijken zich daar opmerkelijk goed aan aan te passen, zegt een nieuwe studie in het vakblad Biology Letters.
De conclusie luidt daar immers dat gewone muurhagedissen (Podarcis muralis) zich in stedelijke gebieden veel socialer gedragen dan op het platteland.
Sterkere band
Het onderzoeksteam bestudeerde muurhagedissen in Kroatië. De hagedissen in steden bleken veel meer contact te hebben met elkaar en ook blijk te geven van een sterkere band dan hun soortgenoten in natuurlijke habitats. Ook werden ze in de stad veel vaker in groep waargenomen dan in de natuur het geval is.
“Dat is opmerkelijk, omdat deze hagedissen doorgaans zeer territoriaal zijn en elkaar meestal vermijden”, zegt onderzoeker en eerste auteur van de studie Avery Maune van de Universiteit van Bielefeld.
Noodzakelijke tolerantie in de stad
De wetenschappers denken dat deze verschuiving in gedrag in verband kan worden gebracht met de structuur van stedelijke omgevingen. Afgesloten pleinen, beperkte schuilplaatsen en schaarsere plekken waar voedsel of zonlicht op een veilige manier aanwezig is, heeft de dieren dichter bij elkaar doen leven. “Het resultaat is een groter tolerantievermogen ten aanzien van hun buren, een gedrag dat niet wordt waargenomen in natuurlijke leefomgevingen”, zegt Maune.
“Het vermogen om zulke nieuwe sociale strategieën te ontwikkelen is meer dan een blijk van een eigenaardigheid in het gedrag van deze dieren” gaat ze verder. Volgens haar is het cruciaal voor het voortbestaan van soorten in stedelijke omgevingen.
Waarom vinden we dit goed nieuws?
We vinden dit goed nieuws omdat het laat zien dat dieren zich opmerkelijk goed kunnen aanpassen aan stedelijke omgevingen. De sociale gedragsverandering bij muurhagedissen toont dat biodiversiteit veerkrachtig is (SDG 15: Leven op het land) en dat er ruimte ontstaat voor co-existentie van mens en natuur in steden (SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen).
Wat kan jij doen?
- Creëer groene hoekjes in de tuin of op het terras met stenen muurtjes, klimop of zonrijke plekjes waar hagedissen en insecten kunnen schuilen.
- Vermijd pesticiden, zodat insecten – een belangrijke voedselbron – behouden blijven.
- Steun stadsnatuurprojecten of buurtinitiatieven die biodiversiteit in stedelijke omgeving bevorderen, zoals gevelgroen of groene daken.
- Observeer en rapporteer waarnemingen via platforms zoals waarnemingen.be, zodat onderzoekers beter zicht krijgen op waar deze dieren voorkomen.


