Met een investering van meer dan 16 miljoen euro start Vlaanderen een grootschalig onderzoeksproject dat innovatieve bloedtesten voor de ziekte van Alzheimer moet valideren. Door bij 5.000 vijftig-plussers vroege biologische signalen in het bloed te analyseren, willen onderzoekers het risico op Alzheimer tot tien jaar vóór de eerste symptomen beter kunnen inschatten.
Vandaag leven meer dan 130.000 mensen in Vlaanderen met dementie, en dat aantal zal de komende decennia sterk toenemen. De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende oorzaak. Hoewel de symptomen zich vaak pas op latere leeftijd manifesteren, starten de onderliggende biologische processen in de hersenen al tientallen jaren eerder.
Wie Alzheimer in de toekomst tijdig wil opsporen en behandelen, moet die vroege veranderingen zo vroeg mogelijk kunnen detecteren. Tot nu toe gebeurt dat vooral via hersenscans of ruggenprikonderzoek, methodes die duur, belastend of moeilijk schaalbaar zijn.
Recente doorbraken in bloedtesten bieden een veelbelovend alternatief. Vooral het meten van de biomarker pTau217, een gemodificeerd eiwit dat sterk gelinkt is aan Alzheimer, toont potentieel. Die testen zijn echter nog niet gevalideerd voor grootschalig gebruik in de algemene bevolking.
Met het nieuwe onderzoeksproject Vlaams Cognitief Kompas bundelen onderzoekers van verschillende Vlaamse universiteiten en onderzoeksinstellingen hun krachten om die validatie mogelijk te maken. In het kader van de Gezondheidsmonitor wordt een cohort van 5.000 vijftig-plussers opgebouwd. Zo willen de onderzoekers nagaan hoe vaak vroege biologische tekenen van Alzheimer in Vlaanderen voorkomen en in welke mate ze latere cognitieve achteruitgang kunnen voorspellen.
Naast het wetenschappelijke luik bevat het project ook een uitgebreid maatschappelijk en ethisch traject. Daarin wordt onderzocht hoe burgers, patiënten en zorgverleners aankijken tegen vroegtijdige opsporing via bloedtesten. Centraal staan vragen over informatie, keuzevrijheid en de impact op zorg en ondersteuning.
Belangrijk is dat het om een wetenschappelijk onderzoeksproject gaat, niet om een screeningsprogramma. Deelnemers krijgen geen diagnose. Een positieve biomarker betekent bovendien niet automatisch dat iemand Alzheimer zal ontwikkelen.
Het project staat onder leiding van professor Bart De Strooper (VIB-KU Leuven, UK Dementia Research Institute). “Met dit project bouwen we waardevolle onderzoeksinfrastructuur uit, waaronder een plasmabiobank, genetische en klinische datasets, en stamcellijnen,” zegt hij. “Die zullen ons een schat aan informatie bieden om de vroege ziekteprocessen beter in kaart te brengen.”
Ook professor Kristel Sleegers (VIB-UAntwerpen) benadrukt het belang van de brede aanpak. “Door genetische profielen te combineren met bloedbiomarkers en omgevingsfactoren bouwen we een ongeëvenaarde dataset uit. Die zal ons helpen begrijpen wie risico loopt en waarom, en hoe we gepersonaliseerde preventie in de toekomst realistisch kunnen maken.”
Het onderzoeksproject krijgt meer dan 16 miljoen euro steun van de Vlaamse regering en loopt over meerdere jaren. Het vormt tegelijk een fundament voor toekomstige klinische studies en nieuwe behandelingen.
Die nood is reëel. Sinds kort zijn er met lecanemab en donanemab nieuwe geneesmiddelen beschikbaar die eiwitophopingen in de hersenen afbreken. Hun effect is bescheiden, maar duidelijk groter wanneer ze vroeg in het ziekteproces worden toegediend. Hoe vroeger Alzheimer kan worden opgespoord, hoe groter dus het potentieel van dergelijke therapieën.


