In 2025 werd in de Europese Unie voor het eerst meer elektriciteit opgewekt met wind- en zonne-energie dan met fossiele brandstoffen zoals steenkool en gas. Daarmee bereikt de Europese energietransitie een symbolische én inhoudelijke mijlpaal.
Volgens een nieuw rapport van de energiedenktank Ember waren wind en zon samen goed voor 30 procent van de Europese elektriciteitsproductie. Fossiele brandstoffen bleven steken op 29 procent. Kernenergie volgt als derde grootste bron, gevolgd door waterkracht. Vijf jaar geleden lag het aandeel van wind en zon nog op 20 procent, wat wijst op een bijzonder snelle groei.
De verschillen tussen lidstaten zijn groot. Denemarken is Europees koploper, met maar liefst 71 procent van zijn elektriciteit uit wind en zon. In meerdere landen – waaronder Hongarije, Cyprus, Griekenland, Spanje en Nederland – is zonne-energie ondertussen goed voor meer dan een vijfde van de totale stroomproductie.
Vooral zonne-energie blijft sterk doorgroeien. Voor het vierde jaar op rij nam de productie met meer dan 20 procent toe, en dat in alle EU-landen. Tegelijk zet de afbouw van steenkool zich door: in 2025 daalde het aandeel tot 9,2 procent. In 19 lidstaten ligt het aandeel zelfs onder 5 procent, en sommige landen hebben steenkool volledig uitgefaseerd.
Het gebruik van aardgas nam opnieuw toe, met ongeveer 8 procent tegenover het jaar voordien. Dat wordt deels verklaard door een lagere productie uit waterkrachtcentrales. Gas blijft daardoor voorlopig een vangnet in het energiesysteem, vooral op momenten met weinig zon en wind.
Een belangrijke ondersteunende trend is de snelle opmars van grootschalige batterijen. Die maken het steeds beter mogelijk om schommelingen in de productie van hernieuwbare energie op te vangen. Door dalende kosten en toenemende capaciteit kunnen batterijen de afhankelijkheid van fossiele back-up verder verminderen.
Hoewel deze cijfers duidelijk wijzen op vooruitgang, blijft de uitdaging groot. De elektriciteitsvraag zal de komende jaren fors stijgen door elektrisch rijden, warmtepompen en de elektrificatie van industriële processen. Dat vraagt niet alleen extra productiecapaciteit, maar ook ingrijpende investeringen in het elektriciteitsnet.
Europa staat daarmee nog maar aan het begin van een diepgaande energietransitie, maar de nieuwste cijfers tonen aan dat wind en zon zich definitief hebben gevestigd als centrale pijlers van het toekomstige energiesysteem.



