Veroudering stellen we vaak gelijk aan fysieke en verstandelijke achteruitgang. Maar nieuw Amerikaans onderzoek zet die stelling op zijn kop: heel wat mensen gaan erop vooruit en onze mentale instelling speelt daar een cruciale rol in.
De Universiteit van Yale volgde de gezondheid van elfduizend oudere Amerikanen twaalf jaar lang, via cognitieve en fysieke tests. En wat blijkt? Die zijn er echt niet allemaal gestaag op achteruit gegaan. Integendeel: bijna de helft van de 65-plussers liet een meetbare verbetering van de gezondheid optekenen op fysiek of cognitief vlak.
“Veel mensen stellen verouderen gelijk met onvermijdelijk en continu verlies van fysieke en cognitieve capaciteiten”, legt Becca Levy uit, een internationaal gerenommeerde expert op het vlak van veroudering. “Wat wij ontdekten is dat verbetering over de jaren niet zeldzaam is – het komt vaak voor, en we moeten er rekening mee houden in ons begrip van het verouderingsproces.”
Reservecapaciteit
Tijdens de volgperiode van twaalf jaar toonde 45 procent van de proefpersonen minstens één verbetering op mentaal of fysiek vlak. Zo’n 32 procent ging er cognitief op vooruit – 28 procent fysiek.
“Het is opvallend dat die winsten verdwijnen als je naar de gemiddelden kijkt” zegt Levy. “Als je iedereen op één hoop gooit, dan zie je een gestage achteruitgang. Maar als je naar de individuele trajecten kijkt, ontdek je een heel ander verhaal.”
Die verbetering beperkt zich niet tot een kleine groep uitzonderlijke individuen, zeggen de wetenschappers. Maar ze hadden vaak wel één duidelijk gemeenschappelijk kenmerk: hoe ze dachten over verouderen. Wie een meer positieve kijk heeft op ouder worden, heeft meer kans om door de jaren heen verbeteringen op te tekenen.
“Ons onderzoek toont aan dat er vaak een ‘reservecapaciteit’ is om later in het leven te verbeteren”, zegt Levy. “En omdat onze instellingen over ouder worden aanpasbaar zijn, opent dat de deur voor ingrepen op zowel sociaal als individueel niveau.”
De studie is verschenen in het tijdschrift Geriatrics


