Kinderen die op school gezonde voeding krijgen, nemen die goede gewoonte vaak een leven lang mee. “De goedkoopste vorm van gezondheidszorg”, stelt onderzoeksproject SchoolFood4Change, dat gezonde schoolmaaltijden ook effectief wil omgezet zien in beleid.
Een nieuw rapport beschrijft de resultaten van een proefproject rond gezonde voeding op school waaraan meer dan zeshonderd scholen in twaalf Europese landen meededen.
Door een totaalaanpak rond voeding te implementeren boekten ze aantoonbare vooruitgang in het aanbod van gezond eten, maar ook een blijvende verandering in de eetgewoonten en sterke betrokkenheid van leerlingen, ouders en leerkrachten.
Totaalaanpak
De ‘Whole School Food Approach’ werkt niet enkel op het voedingsaanbod op school, maar ook op het beleid, het verweven van kennis rond voeding in de les én het betrekken van de schoolgemeenschap. “Onze resultaten tonen dat scholen die op deze manier werken, grote vooruitgang boekten in amper drie jaar tijd”, zegt Jelle Goossens, woordvoerder van Rikolto, een van de leidende organisaties in dit project.
In veel gevallen schakelden scholen over op lokale, biologische of plantaardige maaltijden, in combinatie met schooltuinen, kooklessen en boerderijbezoeken. Leerlingen werden ook rechtstreeks in contact gebracht met lokale boeren, wat zowel een positief effect had op hun leerproces als op de lokale economie.
Voedingscoördinator
Het rapport legt daarnaast ook het grootste obstakel voor duurzame verandering bloot: gebrek aan structurele coördinatie en duidelijk beleid. “Scholen willen wel, maar verdwalen in werkdruk, versnipperde verantwoordelijkheden en tijdelijke projecten. De resultaten verdwijnen dan als de financiering stopt”, zegt Goossens.
Het rapport komt daarom ook met aanbevelingen voor een beter beleid, van Europees tot Vlaams niveau: Europese minimumstandaarden voor schoolmaaltijden, voedselvaardigheden verankeren in de leerdoelen en geen tijdelijke projecten meer, maar structurele financiering.
“De grootste succesfactor blijkt de aanwezigheid van een voedingscoördinator bij de gemeente of stad die zorgt dat scholen niet alle administratie en logistiek zelf moeten uitzoeken”, weet Goossens.
De jaarlijkse Vlaamse investering van 70 miljoen euro voor lokale besturen is volgens Rikolto een cruciale stap, al is verbetering mogelijk. Vandaag gaat ongeveer 10 procent van de Vlaamse besturen daar al mee aan de slag, met name de centrumsteden die vaak al de nodige administratieve slagkracht hebben.
De huidige regels vragen immers dat 90 procent van het Vlaamse budget naar het voedingsaanbod zelf gaat en 10 procent naar ondersteuning.
“Voor kleinere besturen is het vormgeven van een financieel ondersteuningsbeleid voor voeding op school dus een grote uitdaging”, zegt Goossens. “Geef gemeenten de vrijheid om middelen strategisch in te zetten voor deze lokale regie en voor sociale correctiesystemen die kwetsbare gezinnen ondersteunen. Dat klinkt niet sexy, maar het resulteert uiteindelijk in meer scholen die een goed voedingsaanbod hebben.”
Goedkoopste gezondheidszorg
Eén op de vier Europese kinderen heeft vandaag overgewicht of obesitas. Voedingsgerelateerde ziekten kosten Europa jaarlijks 464 miljard euro.
“Een totaalaanpak rond voeding op school is onze goedkoopste gezondheidszorg”, concludeert Goossens.
Ook de Wereldgezondheidsorganisatie schat dat elke euro die in schoolvoeding wordt geïnvesteerd 3 tot 9 euro aan voordelen voor de volksgezondheid oplevert.


