Grootsteden over de hele wereld maken grote vorderingen op het vlak van luchtkwaliteit. Londen, Peking en Brussel zagen hun vervuiling met fijnstof en stikstof met 20 tot 45 procent dalen in amper vijftien jaar tijd.
Oude bussen vervangen, ruimte geven aan voetgangers of schone verwarming stimuleren: steeds meer grootsteden over de hele wereld doen het, en met succes. Een rapport van het internationale netwerk Breathe Cities toont aan dat de concentraties aan schadelijke stoffen in 19 steden met een vijfde afnemen, en in sommige gevallen zelfs tot bijna de helft.
Patronen
De gemeenschappelijke patronen achter het succes: de steden zetten de nieuwste technologie in om hun luchtvervuiling in kaart te brengen. Vervolgens transformeren ze hun straten door prioriteit te geven aan wandelen, fietsen en openbaar vervoer. Ze vervangen oude bussen door elektrische voertuigen, maken het voor inwoners gemakkelijker om over te stappen op schonere auto’s en helpen gezinnen om af te stappen van steenkool en hout voor verwarming.
Bijna de helft van de succesvolle steden ligt in Azië. Dat toont aan dat een snelle verbetering van de luchtkwaliteit hand in hand kan gaan met stedelijke en economische ontwikkeling, zegt het rapport.
Ook Brussel is bij de negentien ‘toonaangevende steden’ in het rapport, dankzij de lage emissiezone in combinatie met fietspaden en voetgangerszones. Warschau krijgt een pluim omdat het een verbod op steenkoolverwarming combineerde met financiële steun voor schonere alternatieven. Parijs promoot wandelen en fietsen, met een lage emissiezone en een snelle uitbreiding van het fietsnetwerk. Londen introduceerde een ultra-lage emissiezone en elektrificeerde een kwart van het openbaar vervoer.
Nog in het lijstje staan veel Chinese steden zoals Peking en Hangzhou, naast onder meer Berlijn, Rome en Amsterdam.


