Als luchtvaartmaatschappijen kleine aanpassingen doen aan hun vliegroutes, kunnen ze hun klimaatimpact aanzienlijk terugdringen. Alles draait om het vermijden van condenssporen: de witte strepen die vliegtuigen achterlaten en die een groot opwarmend effect hebben.
We vliegen steeds vaker en de luchtvaart slaagt er maar niet in om de uitstoot aan banden te leggen. Biobrandstoffen lossen de verwachtingen niet in en elektrisch vliegen staat nog in de kinderschoenen. Maar een nieuw onderzoek door de Universiteit van Cambridge biedt hoop: de klimaatimpact van vliegen kan flink naar beneden en dat zonder grote ingrepen. De sleutel: condensstrepen vermijden.
Hoger lager
De routes licht aanpassen, bijvoorbeeld door hoger of lager te vliegen, kan de vorming van die strepen al voorkomen. En het beste is dat die oplossing onmiddellijk kan, stelt de studie in Nature: er zijn geen nieuwe brandstoffen of toestellen voor nodig.
Condensatiesporen zijn de dunne witte strepen die vliegtuigen op grote hoogte achterlaten. Ze ontstaan wanneer hete uitlaatgassen zich mengen met koude, vochtige lucht. Onder de juiste omstandigheden bevriest de waterdamp tot ijskristallen, waardoor wolken ontstaan die urenlang kunnen blijven hangen.
Het probleem is dat die wolken warmte vasthouden in de atmosfeer en zo de klimaatimpact van de luchtvaart veel groter maken dan de 2 tot 3 procent die de sector uitstoot, puur wat betreft CO2-uitstoot.
Sterke reductie
Vliegtuigen kunnen hun routes aanpassen om gebieden zoveel als mogelijk te vermijden waar de condenssporen ontstaan, argumenteren de onderzoekers.
“Wat mij verbaasde, is hoe snel de temperatuurbesparing kon worden gerealiseerd”, zegt ingenieur Jessie Smith van de faculteit Ingenieurswetenschappen van Cambridge. “In amper een decennium kun je een aanzienlijk deel van de opwarming door de luchtvaart zeer snel terugdringen. Dat is ongebruikelijk in de klimaatwetenschap, waar de meeste veranderingen veel langer duren.”
Smith en haar collega’s simuleerden temperatuurreacties in tienduizend gesimuleerde scenario’s. Ze ontdekten dat een systeem starten in 2035 tot 9 procent van het resterende temperatuurbudget kan terugwinnen voordat de wereld de limiet van 2 graden overschrijdt – zoals afgesproken in het Klimaatakkoord van Parijs.
Als er geen actie wordt ondernomen, zullen condensstrepen in 2050 zo’n 0,054 graden Celsius extra opwarming veroorzaken. Dat is een derde extra bovenop de directe CO2-uitstoot van de luchtvaart.
Meer brandstof
Vliegtuigen omleiden of van hoogte doen veranderen leidt soms ook tot een hoger brandstofverbruik, maar die zou ruimschoots gecompenseerd worden door de lagere klimaatimpact door condenssporen.
De uitdaging zit in de dynamische aanpassing van de vluchtroutes op basis van de atmosferische omstandigheden. Sommige experten vrezen dat dat de werkdruk voor luchtverkeersleiding kan doen toenemen.
Maar volgens de onderzoekers zouden de aanpassingen relatief bescheiden zijn. Vliegtuigen passen hun routes of vlieghoogte nu ook al voortdurend aan om turbulentie of slecht weer te vermijden, zeggen ze. Soortgelijke systemen zouden mogelijk ook gebruikt kunnen worden om gebieden te vermijden waar condensstrepen ontstaan.
“Het is een operationele verandering, geen technologische”, zegt Smith. “Je hoeft geen vliegtuigen aan te passen. Je moet enkel uitzoeken hoe dit kan werken, met een systeem dat er eigenlijk al voor is gebouwd: piloten voeren deze manoeuvres nu al voortdurend uit. Daarom zijn we hier hoopvoller over dan over andere ingrepen zoals duurzame vliegtuigbrandstoffen, die kampen met enorme problemen op het vlak van infrastructuur en toeleveringsketen.”
Om zo’n systeem wereldwijd uit te rollen is coördinatie tussen piloten, luchtverkeersleiders, meteorologen en beleidsmakers nodig. “De eerste stap is aantonen dat dit op grote schaal werkt door middel van tests”, zegt Smith. “Zodra dat is gebeurd, kan het beleid volgen. Maar de modellen laten duidelijk zien dat je niet moet wachten op perfecte omstandigheden voordat je begint. We zeggen niet dat het alles oplost, maar het kan een heel groot verschil maken.”


