Kinderen die tussen hun twee en vier jaar meer buiten spelen, lopen nog jaren nadien minder risico op gedragsproblemen of mentale problemen.
Dat buitenspelen gezond is voor het mentaal welzijn van kinderen, was al geweten. Nu hebben onderzoekers van de Universiteit van Exeter ook aangetoond dat dat effect nog jaren doorwerkt. Hoe vaker kinderen buiten hebben gespeeld als peuter, hoe lager de kans op mentale gezondheidsproblemen tot de leeftijd van acht jaar.
De universiteit analyseerde daarvoor gegevens van ruim vierduizend kinderen en keek naar symptomen van psychische problemen op leeftijden tussen vier en acht jaar oud. Er werd specifiek gekeken naar probleemgedrag zoals agressie, impulsiviteit en hyperactiviteit, maar ook internaliserende problemen zoals angst en depressie.
Meer speeltuinen
Uit de cijfers blijkt duidelijk dat kinderen die tussen twee en vier jaar vaker buiten hebben gespeeld, een grotere kans hebben om in de groep met weinig symptomen en een goede psychische gezondheid te blijven tot de leeftijd van acht. Elke extra dag dat een kind in een gemiddelde week buiten heeft gespeeld, neemt de kans op een later gezond mentaal profiel met 6 tot 14 procent toe.
Die resultaten zijn opnieuw een belangrijke motivator voor overheden om voldoende speelruimte te creëren voor jonge kinderen, zeggen de onderzoekers.
“Meer mogelijkheden bieden voor jonge kinderen om buiten te spelen kan dus een eenvoudige, goedkope manier zijn om een betere geestelijke gezondheid te bevorderen”, zegt Helen Dodd, hoogleraar Kinderpsychologie aan de Universiteit van Exeter. “Dit zou moeten worden meegenomen in het beleid op het gebied van volksgezondheid, onderwijs en ruimtelijke ordening.”
Het onderzoek is gepubliceerd in het Journal of Child Psychology and Psychiatry.


