Mensapen lachen mogelijk al minstens 15 miljoen jaar met een vergelijkbaar ritme als de moderne mens, blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Warwick. Dat is een belangrijk aanknopingspunt voor de evolutie van ons spraakvermogen.
Chimpansees, bonobo’s, gorilla’s en orang-oetans: alle mensapen lachen. In een nieuwe studie in Communications Biology analyseerden onderzoekers van Warwick 140 opnames van mensen en mensapen. Ze ontdekten hetzelfde patroon: alle soorten produceren gelach met gelijkmatig verdeelde ritmische intervallen tussen opeenvolgende geluiden.
De onderzoekers stellen dat die fundamentele ritmische structuur al aanwezig moet zijn geweest bij een gemeenschappelijke voorouder, 15 miljoen jaar geleden, en opmerkelijk goed bewaard is gebleven. En dat is een belangrijke vaststelling in het onderzoek naar ons spraakvermogen.
“Hoe hebben mensen het opmerkelijke vermogen ontwikkeld om te spreken? Spraak laat geen fossielen achter en complexe taal bestaat alleen bij onze eigen soort”, zegt Chiara De Gregorio, psycholoog aan de Universiteit van Warwick. “Nu hebben we een 15 miljoen jaar oude aanwijzing gevonden op een onverwachte plek: ons lachen. In tegenstelling tot spraak wordt lachen gedeeld door alle levende mensapen. Door te vergelijken hoe verschillende soorten lachen, kunnen we zien dat een basisritmische structuur onveranderd is gebleven sinds onze laatste gemeenschappelijke voorouder. Dat is buitengewoon.”
Meer controle
Hoewel het basisritme constant bleef, is het menselijk lachen sneller, gevarieerder en verfijnder geworden: alleen mensen controleren wanneer en hoe ze lachen, afhankelijk van de context. Een spontane lach bij kietelen verschilt bijvoorbeeld sterk van een beleefde lach tijdens een vergadering, of de aanstekelijke lach die zich verspreidt onder een groep vrienden.
Dat wijst erop dat onze voorouders gedurende de evolutie geleidelijk meer controle hebben ontwikkeld over de timing van al hun vocalisaties, zeggen onderzoekers, en lachen hoort daarbij. En geavanceerde vocale controle is een fundamentele bouwsteen van spraak.
“Het is onmogelijk om de voorlopers van taal rechtstreeks af te leiden uit onze uitgestorven voorouders”, zegt Adriano Lameria, universitair hoofddocent van de Universiteit van Warwick. “Lachen, dat evolutionair ouder is en gedeeld is gebleven door alle levende mensapen, biedt een zeldzaam evolutionair venster op de vocale transformaties die zich tijdens de evolutie van de mensachtigen hebben voltrokken tot de eerste mensen ten tonele verschenen.”
Dat spreekt dus de klassieke opvatting tegen dat de eerste mensen plotseling vocale controlecapaciteiten verwierven die opmerkelijk verschilden van die van hun voorgangers, zegt Lameria. “De evolutie van lachen toont ons dat de mens zich op een continuüm bevond. Taal is dus een voortzetting van vocale controlecapaciteiten die al gedurende 15 miljoen jaar cumulatief werden verfijnd.”


